Wat is bekkenscheefstand?

Geen mens staat helemaal recht. Vrijwel iedereen heeft een lichte kromming in de rug of een net iets asymmetrische lichaamsbouw, en dat is volkomen normaal. Bij een bekkenscheefstand staat het bekken meetbaar scheef ten opzichte van het horizontale vlak. Dat hoeft op zichzelf geen klachten te geven, veel mensen lopen er probleemloos mee rond.

Wat kan de oorzaak zijn?

Er zijn veel mogelijke verklaringen voor een bekkenscheefstand, waaronder:

  • een verdraaiing of disfunctie van het SI-gewricht
  • heupafwijkingen
  • een beenlengteverschil
  • een structurele afwijking van het bekken
  • bekkeninstabiliteit
  • spanningsverschillen tussen spiergroepen
  • verschillen in voetstand
  • aangeboren afwijkingen

Een kanttekening hierbij: het aantonen van bijvoorbeeld een "verdraaid" SI-gewricht met alleen handmatige tests is in de praktijk lastiger dan het lijkt — onderzoek laat zien dat de betrouwbaarheid van dit soort manuele testen beperkt is. Een zorgvuldige, bredere beoordeling van de oorzaak is daarom belangrijker dan het aanwijzen van één specifieke structuur.

Hoe reageert het lichaam op een scheefstand?

Het lichaam probeert een scheefstand vrijwel altijd te compenseren door bepaalde spiergroepen actiever aan te spannen, op zoek naar een nieuwe balans. Door deze verschillen in spanning kan de wervelkolom een asymmetrische vorm aannemen — dit wordt ook wel een functionele of houdingsscoliose genoemd, om het te onderscheiden van een structurele scoliose, waarbij de wervels zelf blijvend vervormd zijn.

Deze extra spanning kan doorwerken in rug, nek en schouders. Het is goed om te weten dat het verband tussen een scheefstand en daadwerkelijke rug-, nek- of schouderklachten in de recentere literatuur genuanceerder ligt dan lang werd gedacht: niet iedereen met een scheefstand ontwikkelt klachten, en niet elke klacht bij iemand met een scheefstand wordt er ook echt door veroorzaakt. Daarom is het belangrijk om eerst grondig te onderzoeken wat de scheefstand precies veroorzaakt, voordat er behandeld wordt.

Hoe wordt een bekkenscheefstand aangepakt?

Is er een verschil in voetstand aanwezig, dan wordt dit doorgaans als eerste gecorrigeerd, omdat de voet onderaan de keten staat en van directe invloed is op de stand van het bekken erboven.

Hierbij is echter voorzichtigheid geboden. Soms is een verschil in voetstand namelijk geen op zichzelf staand probleem, maar juist een compensatie voor een structureel beenlengteverschil: één voet zakt dan bewust verder in om de scheefstand van het bekken op te vangen. Wordt in zo'n geval alléén de voetstand gecorrigeerd, dan verdwijnt die compensatie en kan de bekkenscheefstand juist toenemen in plaats van afnemen. In die situatie is het beter om de andere zool of schoen te verhogen, zodat beide bekkenhelften weer op gelijke hoogte komen, in plaats van de compenserende voetstand simpelweg "recht te zetten".

 

Kabiz
Sohn
Geschillencommissie Zorg Algemeen
SEMH
Bewegingsvisie
SEMH