Wat is chondromalacia patellae?
Chondromalacia patellae, ook wel retropatellaire chondropathie genoemd, betekent letterlijk: verweking of degeneratie van het kraakbeen aan de achterzijde van de knieschijf (patella). Het treft vooral jongeren en jongvolwassenen, meestal tussen de vijftien en dertig jaar, en komt daarbij vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.
Een belangrijke nuance: chondromalacia patellae is strikt genomen een structurele diagnose, waarbij daadwerkelijke kraakbeenschade is vastgesteld, bijvoorbeeld met een scan of tijdens een kijkoperatie. In de praktijk wordt de term echter vaak gebruikt voor pijnklachten aan de voorzijde van de knie in het algemeen. Dat is niet helemaal terecht: onderzoek laat zien dat veel mensen met dezelfde klachten helemaal geen aantoonbare kraakbeenschade hebben. Om die reden gebruiken zorgverleners tegenwoordig vaker de bredere term patellofemoraal pijnsyndroom, wanneer er (nog) geen bewezen kraakbeenschade is vastgesteld.
Ook de oude aanname dat het om een "ontsteking" van het kraakbeen gaat, is niet helemaal juist: kraakbeen zelf heeft geen bloedvaten of zenuwuiteinden en kan dus ook geen pijn signaleren of ontstekingsverschijnselen vertonen zoals ander weefsel. De pijn bij dit beeld komt vermoedelijk vooral uit omliggende structuren, zoals het onderliggende bot, het gewrichtskapsel en het weefsel rond de knieschijf.
Hoe ontstaat het?
De pijn ontstaat doorgaans doordat de knieschijf niet soepel over het gewrichtsvlak van het dijbeen glijdt, maar er juist tegenaan drukt of scheef over beweegt. Intensieve belasting, zoals voetballen, hardlopen, springen of wielrennen, kan dit proces uitlokken of verergeren, zeker bij jongeren die nog volop groeien en bij wie de spieren rond de knie de groei nog niet helemaal hebben bijgebeend.
Van oudsher wordt vooral gewezen naar een zwakke quadricepsspier (met name de binnenste vezelbundel, de vastus medialis obliquus) in combinatie met verkorte hamstrings. Inmiddels is bekend dat ook de heupspieren hierbij een belangrijke rol spelen: zwakte van de heupabductoren en -buitenrotatoren kan ervoor zorgen dat het hele been tijdens het lopen of hardlopen wat naar binnen kantelt, waardoor de knieschijf verkeerd over het gewricht beweegt. Ook een afwijkende voetstand, zoals overmatige pronatie, kan via deze keten bijdragen aan het ontstaan van de klachten.
Symptomen
- diffuse pijn rond of achter de knieschijf, vaak na inspanning
- pijn bij traplopen, met name bij het aflopen van trappen
- pijn na langdurig gebogen zitten, bijvoorbeeld in de bioscoop of auto
- soms een knarsend of krakend gevoel in de knie bij bewegen
- een gevoel van "vastlopen" of instabiliteit van de knie, zonder dat deze daadwerkelijk op slot gaat
Behandeling
De behandeling richt zich in eerste instantie op gerichte oefentherapie: het versterken van zowel de quadriceps áls de heupspieren, en het verbeteren van de bewegingscontrole van het hele been tijdens belasting. Tijdelijke aanpassing van de belasting (minder springen of hardlopen, meer variatie in activiteiten) geeft de knie de kans om te herstellen. Wanneer een afwijkende voetstand meespeelt, kan een orthopedische beoordeling en eventueel een correctiezooltje bijdragen aan het verminderen van de klachten. Volledige rust is meestal niet nodig en vaak zelfs minder effectief dan actief, opgebouwd trainen.













