Wat is een klompvoet?
Een klompvoet is een aangeboren voetafwijking die wereldwijd bij ongeveer 1 op de 1000 pasgeborenen voorkomt, en ongeveer twee keer zo vaak bij jongens als bij meisjes. Bij ongeveer de helft van de kinderen zijn beide voetjes aangedaan.
De afwijking bestaat uit een combinatie van standsafwijkingen:
- de voet staat naar binnen gekanteld (varusstand)
- de voet staat naar beneden gekanteld, met de tenen naar de grond gericht (spitsstand)
- de voorvoet wijst naar binnen (adductiestand)
- vaak is ook het lengtegewelf van de voet abnormaal hoog (holvoetcomponent)
Wat is de oorzaak?
De precieze oorzaak van een klompvoet is niet volledig bekend. Bij de meerderheid van de kinderen (zo'n 80%) gaat het om een op zichzelf staande (idiopathische) klompvoet, waarbij zowel erfelijke aanleg als omgevingsfactoren een rol lijken te spelen, zo is roken tijdens de zwangerschap een bekende risicofactor. Een kleiner deel van de klompvoeten ontstaat in combinatie met een andere onderliggende aandoening, zoals een neuromusculaire ziekte of een syndroom; in die gevallen is de behandeling vaak intensiever.
Behandeling: de Ponseti-methode
De behandeling begint idealiter zo snel mogelijk na de geboorte, het liefst binnen de eerste levensweken. Wereldwijd is de zogeheten Ponseti-methode inmiddels de gouden standaard, en deze aanpak heeft de behandeling van klompvoeten de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Vroeger was uitgebreide operatieve correctie bij veel kinderen nodig, tegenwoordig is dat bij de meeste kinderen niet meer nodig.
Bij de Ponseti-methode wordt het voetje wekelijks voorzichtig met de hand gemanipuleerd, waarna de bereikte, verbeterde stand telkens wordt vastgelegd met gips. Dit gebeurt in een vaste volgorde: eerst de holvoetcomponent, dan de adductie, vervolgens de varusstand en tot slot de spitsstand. Dit proces duurt doorgaans zo'n zes tot acht weken.
Waarom een hielpeesklieving vaak nodig is (en waarom dit geen grote operatie is)
Bij ongeveer 80 tot 90% van de kinderen is aan het einde van het gipstraject nog een kleine ingreep nodig om de laatste spitsstand te corrigeren: een percutane achillespeesklieving (tenotomie). Dit is een kort, minimaal invasief prikje onder plaatselijke verdoving, dat in de spreekkamer kan worden uitgevoerd en geen hechtingen vereist. Dit is dus wezenlijk iets anders dan de uitgebreide operatieve correctie die vroeger vaker nodig was, bij de meeste kinderen die volgens de Ponseti-methode worden behandeld, blijft een grote operatie tegenwoordig achterwege. Alleen bij een deel van de kinderen bij wie de voet onvoldoende reageert op gips en tenotomie, of bij terugval, is een uitgebreidere chirurgische ingreep alsnog noodzakelijk.
Voorkomen van terugval: de spalkfase
Na de laatste gipsperiode is het dragen van een beugel of spalk cruciaal om de bereikte correctie te behouden, zonder deze nabehandeling keert de afwijking bij een aanzienlijk deel van de kinderen namelijk terug. In de eerste maanden wordt de spalk vrijwel de hele dag gedragen (met uitzondering van korte speelmomenten), waarna dit wordt afgebouwd tot alleen nog tijdens slaap (dutjes en 's nachts). Deze nabehandeling loopt door tot een leeftijd van gemiddeld 3 tot 5 jaar. Zodra het kind gaat staan en lopen, kan dit overdag eventueel worden aangevuld met aangepast schoeisel. Trouw dragen van de spalk is de belangrijkste voorspeller van blijvend succes, bij onvoldoende therapietrouw is de kans op terugval aanzienlijk groter.
Bronnen: Clubfoot. Pediatric Orthopaedic Society of North America (POSNA), Study Guide, geraadpleegd 2026. The Ponseti Method for Clubfoot Correction. Hospital for Special Surgery, 2025. Ponseti Method for Clubfoot in Children. NYU Langone Health, geraadpleegd 2026. Zionts LE, et al. Achilles tenotomy in Ponseti clubfoot management: a systematic review. Journal of Children's Orthopaedics, 2022.












